kunsthars

In Warmenhovens werk zien we telkens zijn bezorgdheid over de gespannen relatie tussen de mens en de hem omringende natuur. Dat thema komt ook duidelijk tot uitdrukking in de beelden van verschillende dieren die hij in kunsthars maakt. In deze beelden met hun bewerkte “huid” maakt hij een helder statement over natuur- en milieuvraagstukken.


Voor de huid van zijn pelsrob die met kop en hals uit een imaginair wateroppervlak oprijst, zijn goudkleurige kralensnoeren gebruikt die de kostbaarheid uitdrukken van het bont waarvoor deze dieren bejaagd worden.


In Otto (Von Bismarck) gebruikt hij strengen vlas die gedrenkt zijn in epoxyhars. Oorspronkelijk werd dit beeld gemaakt voor een tuin in een omgeving waar op grote schaal vlasteelt plaatsvindt. De boeren jagen op het wilde zwijn dat zij als grootste vijand beschouwen voor hun gewas. Met zijn onverzettelijkheid lijkt Otto een lange neus te willen maken naar zijn vijandige omgeving.


In Réserve de chasse zien we een ree van mythische proportie. Het beeld is beplakt met bordjes gevonden in Franse bossen. Ze duiden aan dat de jacht is voorbehouden aan degenen die daarvoor toestemming hebben. De kunstenaar lijkt de spot te willen drijven met de oorspronkelijke betekenis van die bordjes.


Soms is de boodschap overduidelijk, maar een waarschuwend opgeheven vinger vindt men bij Warmenhoven niet. Wat de kijker vooral treft is het plezier waarmee hij kennelijk werkt. Het materiaal dient hem als voertuig voor ontroering. En om het publiek, zonder omweg, te denken te geven, op een aansprekende manier.